Basisbegrippen in de filosofie |
v Aristoteles, categoriën en oorzaken |
| v
Immanuel Kant, tafel van de categoriën tafel van de oordelen |
| v A.N. Whitehead, lijst van contrasten of opposities |
| v R.M. Pirsig, aspecten van kwaliteit |
| v De basiselementen van processen en hun relaties |
| |
| ^ |
Basisbegrippen in de filosofie |
|
|
| [ bron ] |
|
^
|
|
| [ bron ] | 1 Van kwantiteit Eenheid Veelheid Alheid of totaliteit 2 Van kwaliteit Realiteit of werkelijkheid Negatie of ontkenning Beperking 3 Van relatie of verhouding van inherentie en subsistentie (substantie - accident) van causaliteit en afhankelijkheid (oorzaak - gevolg) van gemeenschap (wisselwerking tussen het actieve en het passieve) 4 Van modaliteit Mogelijkheid - Onmogelijkheid Bestaan - Niet-bestaan Noodzakelijkheid - Toeval |
^
|
|
| [ bron ] | 1 kwantiteit van de oordelen |
^
|
|
| [ bron ] | vreugde en verdriet goed en slecht afscheiding en samengaan - dat wil zeggen, het vele in een - stroming en duurzaamheid grootheid en trivialiteit vrijheid en noodzaak God en de Wereld |
| In deze lijst zijn de oppositie-paren dat wat men ervaart in
een zekere uiterste directheid van intuïtie, behalve in het geval van het laatste paar.
God en de Wereld introduceert de toets van interpretatie.' |
|
^
|
|
| [ bron ] | eenheid, levendigheid, gezag, ordening, gevoeligheid, duidelijkheid,
nadruk, vaart, spanning, schittering, precisie, proportie, diepgang, enzovoorts. |
^
|
|||
| eenheid, polariteit of symmetrie, drievoudige (golf)beweging, de vier aspecten intrinsieke ruimte en tijd en omgevingsruimte en -tijd. |
|||
| Zij omvat 6 paren van algemene potentialiteiten,
gebruikt als fasen, werkwijzen en functies: |
|||
| initiëring referentie kennis houvast overzicht werk samenwerking negatie uitbreiding planning context overgave |
impulsief volhardend wisselend houvast vindend toetsend efficient uitnodigend kernachtig grensverkennend grensstellend grensbevestigend grensoplossend |
activering aandacht relateer stabiliteit zelfbeheer synthetiseer aantrekking verwijder interpreteer consistentie vernieuw integreer |
|
| In mijn omschrijvingen van de potentialiteiten zijn de
contrasten van A.N. Whitehead herkenbaar. De omschrijvingen zijn niet absoluut maar juist
betrekkelijk, de individuele capaciteit van processen ligt in de betrekkingen tussen de
potentialiteiten. Het netwerk van relaties, bestaat uit |
|||
| - de ene universele relatie, | 1 deel zijn van | ||
| - 4 structurele relaties: | 1 patroon, 2 golfbeweging, 3 tegendelen, 4 gelijkenis, |
||
| - 7 functionele relaties: | 1 samenvoeging, 2 contrastering, 3 dimensionering, 4 dialectiek, 5 specialisering, 6 overbrugging, 7 confrontering, |
||
| - 2 bewegingsrelaties: |
1 snelheid, 2 richting. |
||
| Koppeling naar ZIGZAGZINE 26, Een complex netwerk 1, Algemeen overzicht van de basiselementen van processen en hun relaties. |
|||