Een complex netwerk 2: proces en context
|
| v
Inleiding Het begrip context tot nu toe - overzicht - De bouwmaterialen voor een proces |
| v
De kosmos, een geheel van contexten Rondom de relatie tussen context en proces Hoe omschrijven taalkundigen 'context'? |
| v
Context als systeem Continuïteit en historische context Actualiteit en cycliciteit |
| v
De relaties tussen een proces en de actuele context - overzicht - de elementaire relaties Enkele slotopmerkingen - bijlage - algemeen overzicht van de processtructuur |
| v Verder naar het interne netwerk van relaties |
| ^ |
InleidingHet begrip context tot nu toeHet begrip context heb ik vaker gebruikt, in feite al vanaf het begin, zonder er speciaal bij stil te staan en me af te vragen hoe taalkundigen het interpreteren. Aanvankelijk heb ik het in de structuurlijn als nieuw begrip geïntroduceerd, als innerlijke context in contrast met de omgevingscontext. Vervolgens, bij het onderzoek naar de dualiteit van de voor het proces subjectieve en objectieve contexten, heb ik het begrip verder uitgediept. Bij het eerdere denken over betrekkingen binnen een netwerk is de omgevingscontext al even naar voren gekomen als noodzakelijke voorwaarde voor de ontwikkeling van processen. In dit deel, onderweg van bouwsteen naar relatie, wil ik het begrip context nog verder exploreren. Koppelingen naar |
overzicht - De bouwmaterialen voor een procesAls alles proces is dan is een context ook een proces. Om een proces als context te kunnen onderzoeken en om de universele relatie verder uit te kunnen werken wil ik opnieuw een overzichtje van de bouwstenen geven. Met bouwstenen bedoel ik de elementen die binnen de structuur van een proces, dus ook in een proces 'context' of in een proces 'wereld' (wereld in de zin van 'omgevingswereld', niet van kosmos of heelal omdat ik niet weet hoe het universum er van buitenaf uitziet en niet in de val van de paradox wil lopen), worden gecombineerd:
Koppelingen naar |
| ^ |
De kosmos, een geheel van contextenIn het kader van de omgevingswereld als proces en dus noodzakelijk als context van alles daarbinnen wil ik eerst eens losjes bekijken wat ik al weet over dat fenomeen. Wat komt er zoal bij mij op bij de vraag wat een context is? De context van een proces is zijn leeromgeving. Een proces kan niet weglopen voor zijn context. Het proces is ervan afhankelijk om zich te kunnen ontwikkelen door erin verwikkeld te raken en om zijn doel of functie te kunnen verwezenlijken. Door zijn unieke doel heeft elk proces een uniek eigen gezichtspunt van waaruit het de
omgeving waarneemt: de perceptie van een context is dus per definitie voor ieder proces
verschillend. Elk proces is op zijn beurt zelf onderdeel van de context van andere processen en draagt, bijgevolg, bij aan zowel de verwikkeling als aan de ontwikkeling van andere processen. De context van een proces strekt zich uit, is ruimtelijk, naar gelang van de
aard van het proces en naar gelang de situatie van het moment. De context van een proces is vluchtig, wisselend, voortgaand in de tijd: de
context van een proces is dus, behalve verschillend en selectief, ook altijd eenmalig. De wereld als context is een verzameling contexten bestaande uit en voor zijn zelf
gegenereerde processen. Het totaal van alle contexten is een geheel: de wereld is een organische eenheid, een
systeem van processen en hun contexten. |
Rondom de relatie tussen context en procesDe relatie tussen context en individueel proces is, zoals gezegd, een relatie van
eenheid. De wolk bepaalt niet of zijn water nu of straks zal vallen, Samengestelde processen genereren voortdurend processen die zij toevoegen aan de context en voor hun doel gebruiken. Samengestelde processen kunnen door hen gegenereerde processen misschien beëindigen maar ze niet uit de context verwijderen, zij blijven aanwezig in beider historie en geheugen. Een gebeurtenis is niet exact herhaalbaar, de context van de nieuwe gebeurtenis bevat de oude episode. Elke gebeurtenis of proces, een telefoongesprek, de griep, een groet, een idee, is
gegenereerd en heeft daarmee een bedoeling meegekregen. Een ouder heeft het kind dat hij nodig heeft en, omgekeerd, heeft het kind de ouders die het nodig heeft voor zijn doel, naar gelang de opdracht en benodigde eigenschappen uit de actuele context. Ieder proces doet waar het, volgens zijn taak of functie, goed in is en blijft dat doen terwijl het zich ontwikkelt. Gedrag bestaat in feite uit een aantal processen die het oorspronkelijk proces heeft gegenereerd in zijn actuele context. Terwijl het zich ontwikkelt in zijn context zal het zijn manier van doen aanpassen aan het peil van zijn ontwikkeling terwijl zijn doel nooit verandert. Het vertoont aangepast nieuw gedrag in nieuwe processen. Instituties, organisaties of bedrijven zijn processen met een opdracht vanuit een ander
proces, ze bestaan zolang hun doel levensvatbaar is omdat de klant, het opdrachtgevend
proces, het ondersteunt. Een proces voldoet niet per se aan de verwachtingen van het genererende of opdrachtgevende proces, het concrete doel wordt immers aan het proces meegegeven door de actuele context in ruime zin. Een proces kan verscheidene pogingen ondernemen om er zeker van te zijn dat een bepaald doel wordt gerealiseerd. Het proces kan, om bijvoorbeeld informatie te verkrijgen of over te brengen,
verschillende middelen tegelijk of na elkaar gebruiken. Individuele burgers en boeren hebben, omdat zij daar behoefte aan hadden, samen
opdrachten verstrekt om vuil op te halen, wegen aan te leggen, goederen aan te voeren of
te produceren en te verkopen, mensen te vervoeren, hun gemeenschap te beveiligen, om te
bemiddelen bij conflicten, om kwaliteit te leveren in de vorm van onderwijs, ziekenzorg,
culturele voorzieningen en ontspanning, informatie, ruimtes voor bijeenkomsten te
creëren, enzovoort. De opdrachtgevers hebben op diverse niveaus gemeenschappen gevormd en
besturen ingesteld. Burgers geven hun gemeenschap zijn reden van bestaan en zijn rechten. Zo zijn instellingen tot stand gekomen als: dijk- en waterbeheer, openbaar vervoer,
bedrijfsleven en industrie, bestuurssystemen en politie, rechtssystemen, onderwijs-,
zorg-, cultuur-, informatie-, utiliteitsvoorzieningen. Een verzameling van samengestelde processen, een massa mensen, een zwerm vogels, een
mierenkolonie, heeft een breder contact met de actuele context en is daardoor een
duidelijker representant van de geest van de tijd, die het zich voortdurend vernieuwend
karakter van de context is, dan samengestelde processen afzonderlijk. Banken en aandeelhouders handelen in risicodragend kapitaal. Opdrachtgevers zijn als gemeenschap(-sproces) en individueel (proces) bevoegd tot en verantwoordelijk voor de controle van hun instellingen. Burgers en boeren moeten door amendering, enquêtering, volksstemming of plebisciet en andere raadplegingen kunnen beslissen over (onderdelen van) een voorgestelde grondwet en over beleidszaken en hun marges zoals de hoogte van beloningen en winsten, privatisering van publieke eigendommen en gebruik van natuurlijke rijkdommen, grote samenvoegingen of verkopen van b.v. bedrijven of gemeenschappen, de omvang resp. maximale groei van de bevolking, enzovoort. De noties van afhankelijkheid en opdracht roepen vragen op over ethische kwesties. De relatie tussen processen is symmetrisch, beide polen zijn gelijkwaardig. Een proces, dat in zijn unieke opdracht zijn eigen capaciteiten en daarin zijn eigen
doel en voorwaarden heeft meegekregen, is als zodanig niet door een ander proces te
oordelen.
|
Hoe omschrijven taalkundigen 'context'?Deze taal-episode wil ik afsluiten met de visie van taalkundigen op context. Een gebeurtenis heeft dus context nodig om volledig begrepen te worden. Blijft de vraag
of dat, wat een proces (een gebeurtenis in de volle betekenis van het woord, inclusief
uitspraken en ideeën, gevoelens, waarden en rotsen) ook doet, het altijd gebeurt in
samenhang met een of andere context? Omdat ik heb geconcludeerd dat een proces niet
geïsoleerd kan bestaan wil ik de samenhang nog verder onderzoeken. |
| ^ |
Context als systeemHierboven heb ik gesproken over zwermen, massa's en gemeenschappen die contexten zijn van een individueel samengesteld proces zoals een enkele vis, mens, bedrijf, kerk. Ik zou daar nog de voorbeelden van een taal met een individueel woord of een cel met de afzonderlijke molecuul aan toe kunnen voegen. De stap van een samengesteld proces zoals een dier, naar een samengestelde context, zoals een gezin of een schoolklas, was misschien een wat grote sprong, een vergrotende trap die wel wat verklaring kan gebruiken. Een mens als systeem mag vertrouwd zijn maar hoe een massa zijn relaties gebruikt en onderhoudt heeft nog wel wat verduidelijking nodig. De vraag is hoe een dergelijk systeem nu werkelijk zijn voortbestaan en zijn ontwikkeling kan regelen, hoe zijn geheugen werkt en hoe het energie ontvangt en vasthoudt. Het is daarom nodig om even terug te komen op de aard van systemen. Ik ben niet de enige die van mening is dat een proces een eigen ruimte en tijd hanteert en een eigen leeftijd heeft. Ik spreek van een proces of een systeem waar natuurwetenschappers nagenoeg uitsluitend over systeem spreken. Mijn opvatting van proces is in overeenstemming met de ideeën van Whitehead, die in zijn organisme-filosofie een zeer theoretische verklaring geeft a) van proces als actuele gebeurtenis die het worden van een actuele entiteit is, b) van proces als nexus die een set van actuele entiteiten is en c) van proces als society die een geordende omgeving voor elk van zijn leden is en zelf op zijn beurt niet geïsoleerd kan bestaan. Hij beschouwt context als een ordenend element in evolutie, als een complex systeem of organisme [ noot ]. Bij mijn zoeken naar hoe natuurwetenschappers over systeem denken liep ik aan tegen het feit dat verschillende wetenschapsrichtingen, o.a. chemie, quantum mechanica, thermodynamica en biologie zich daarmee bezighouden. Het gebied is nog niet duidelijk gedefiniëerd [ noot ]. Ik richt mij voornamelijk op de informatie van Ilya Prigogine, chemicus (Nobel prijs chemie 1977), physicus (thermodynamica, onomkeerbaarheid en entropie, fysische chemie), statisticus en geïnteresseerd in filosofie, tijdsduur en muziek. Hij beschouwt systemen als zelfsturende (cybernetische) verkwistende (dissipatieve) stelsels, als complexe en chaotische systemen, die spontane zelforganisatie vertonen. In het verband van mijn vraag over context is het interesssant dat hij spreekt over onverwachte manifestatie van 'disorder-order' processen in systemen. Hij biedt een oplossing voor het probleem van de onomkeerbaarheid (de tweede wet van de thermodynamica) door te stellen dat instabiele systemen intrinsieke innerlijke tijd en innerlijke leeftijd bezitten. Innerlijke tijd is volgens Prigogine heel verschillend van kloktijd [ noot ]. Het punt van de overdracht van kennis (zoals gedachten, ideeën, afspraken, mentaliteit) tussen onderdelen van een context of leden van een gemeenschap heb ik nog niet voldoende uitgediept. Whitehead noemt als voorbeeld van een society 'de verzameling mensen die Grieks spreken' en zegt 'we kunnen (Newton's uitspraak uitbreiden en) stellen dat het gezond verstand van de mensheid ervan uitgaat dat alle begrippen uiteindelijk terugverwijzen naar actuele entiteiten' [ noot ]. Het was al duidelijk dat actuele entiteiten ruimte en tijd constitueren, in gewone taal: concreet bestaan. Ik concludeer nu dat kennisprocessen worden gedragen door bestaande entiteiten, bijvoorbeeld in de concrete vorm van bewegingspatronen in een lichaam. Ik ervaar mijn lichaam als het systeem dat mij continuïteit biedt door voedsel
tijdelijk vast te houden om er energie uit op te nemen of onderdelen te helpen vervangen,
door houvast te bieden aan mijn voorgeschiedenis om mij een herkenbare plaats te geven
tussen familieleden, andere dieren en andere dingen. Ik ervaar het als de context die mijn
voorkeuren en afkeuren voor mij bewaart zodat ik mezelf herken, die mijn herinneringen en
de emoties die er toen waren voor mij bewaart zodat ik mijzelf begrijp. Ik ervaar het ook
als de context die de mijne is. Koppeling naar |
Continuïteit en historische contextEen proces verschijnt niet uit het niets. De context, de omgeving van een proces,
speelt een verbindende rol. De context zorgt voor continuïteit. Een proces heeft een voorgeschiedenis, het komt ergens uit voort. De context vormt de
verbinding met zijn soortgenoten, de historische context van een proces bevat de
karakteristieke eigenschappen ervan. Ik denk aan de overdracht van genetische informatie -
de ervaring van de soort - van dieren en planten die een puur fysieke weg volgt. De
eigenschappen van de soort en van het geslacht worden overgedragen in een aantal processen
die voorafgaan aan het proces in zijn zelfstandige relatie met de wereld. Die voorafgaande
processen zijn bij een mensenkind de voorouders en ouders, het bevruchtingsproces, de
zwangerschap en het geboorteproces [ noot
]. Dit waren de genetische en de natuurkundige wegen van continuïteit. Maar waar het in feite over gaat is het vasthouden van ervaring, het verband tussen toen en nu en de rode draad van begrip. Ik ga terug naar mens en dier. Een ervaring blijkt bij wezens met hersens daarin verbindingen tot stand te brengen, gewoonten en routines slijten in en laten er sporen in na. Antonio R. Damasio heeft in zijn tamelijk recent verslag van hersenonderzoek [ noot ] die afbeeldingscapaciteit van menselijke lichamen bevestigd. Gedachten en emoties veroorzaken verbindingen en bewegingen, het zijn fysieke toestanden die het lichaam registreert. Het zijn niet alleen hersenen die sporen van ervaring vertonen, elk fysiek lichaam vertoont na verloop van tijd in al zijn onderdelen sporen van ervaringen in de vorm van spiervorming, virtuositeit, vetvorming, slijtage, vervorming, erosie en dergelijke, zoals de voorbeelden hierboven al aangaven. Herinneren is de capaciteit om terug te kunnen grijpen op fysieke, emotionele, intellectuele en intuïtieve informatie over eerdere toestanden van een lichaam die het fysiek heeft vastgehouden in het geheugen. Continuïteit is zeker niet hetzelfde als constantheid.
Behalve dat constantheid in strijd is met de aard van materie - en dus van ieder
organisme, lichaam, systeem - die altijd energie in zich bergt (E=mc²) die steeds
fluctueert en naar situaties van instabiliteit neigt, bestaat de constantheid van
'constant'en eenvoudig niet (de 'constant'e c, de snelheid van het licht, bijvoorbeeld is
niet constant). Ilya Prigogine constateert dat een 'lichaam', een instabiel systeem, dank
zij zijn intrinsieke sturingsmechanisme (operator) innerlijke tijd en zijn daarmee
samenhangende innerlijke leeftijd of geheugen, kan anticiperen op toekomstige
gebeurtenissen [ noot ]. Als
voorbeeld van innerlijke leeftijd geeft hij de globale inschatting, van buitenaf, die we
hebben van de plaats van een ding in zijn tijd. Overdracht van energie, met inbegrip van informatie uit ervaring en over emoties, kan
volgens de genoemde voorbeelden langs fysieke weg plaatsvinden. De universele integrerende
relatie is de coördinerende verbinding die plaatsvindt in de
actualiteit tussen een proces en zijn context en tussen een proces en zijn cycli. De
relatie moet daartoe over een fysiek collectief geheugen kunnen beschikken dat de
ontwikkeling van de soort, herinnering en het bewaren van ervaring mogelijk maakt. Ik ga
er dus van uit dat een context, dat een proces is, in staat is om ervaringen vast te
houden en over een geheugen beschikt om aan te refereren. Zomin als een proces uit het
niets verschijnt, zo zal een proces niet zonder spoor verdwijnen. |
Actualiteit en cycliciteitDe ontwikkeling van een proces dat in zichzelf continu is vindt plaats in de actualiteit en in de cycliciteit van actuele processen. De context, de omgeving van het proces, speelt ongetwijfeld ook hierin een belangrijke rol. Ik begin met het verzamelen van wat feiten over actualiteit. Ik beschouw de opdracht als de enige constante grootheid van het proces. Het zich ontwikkelen tot een gegeven doel betekent zich uitbreiden, ontwarren, ontplooien, evolueren. Ontwikkelen uit welke verwikkelingen en betrokkenheid? Uit de verwarring en verwikkeling die voortvloeit uit relaties met contexten, met een omgeving die als zeer veranderlijk, inconstant, grillig overkomt? Een verplichte relatie, want elk proces heeft energie van buitenaf nodig. Impulsen en weerstanden die zorgen voor plooien, warrels, knopen en wikkels die een proces aan het werk zetten. Een omgeving die aan dieren voedsel levert. Het is de interactie tussen processen die tot plooien, warrels, knopen en wikkels leidt, die tot herinneren noopt en tot anticiperen en sturen naar een oplossing uitdaagt. Het is het proces dat situaties van instabiliteit nodig heeft. Uitwisseling van energie verstoort het evenwicht van een duurzaam proces dat, anticiperend op mogelijkheden, zal streven naar de ontwikkeling van zijn opdracht. Verwikkeling en ontwikkeling horen dan ook bij elkaar. Een proces streeft vanuit een verstoord evenwicht naar de ontwikkeling van zijn opdracht. De idee dat een 'lichaam' een sturingsmechanisme van innerlijke tijd heeft is voor mij niet nieuw. Dat een 'society' wordt gestuurd door het gezamenlijke ideaal van orde van de leden evenmin. Het is voor mij niet vreemd omdat ik juist ben uitgegaan van het principe dat ieder proces, zowel een lichaam of een massa, als een gemeenschap of context, zijn eigen intrinsieke innerlijke ruimte en tijd bezit en hanteert. Dat het consistent werkt aan zijn groei. Nadenken over verstoring van evenwicht en over ontwikkeling betekent nadenken over cyclische processen. Hoe zit dat in elkaar? Een cyclus is een proces dat binnen een bepaalde tijdschaal één doorgang maakt langs de karakteristieke fasen en onderdelen, volgens zijn patroon. De tijdschaal kan variëren van de totale levenscyclus van een dier tot delen daarvan zoals een dagcyclus, of de cyclus van een lichaamscel, of een werkje van begin tot eind, of het eten van een appel. Elke cyclus doorloopt in die periode het patroon van een van de functies die het proces tot zijn beschikking heeft, de cyclus vindt plaats in interactie (wisselt energie uit) met de actuele context. Cycli zijn unieke processen, geen herhalingen of spiralen. Een voorbeeld: de verschillende functies hanteren een verschillende tijdschaal en kunnen een verschillende leeftijd hebben. Bij een kleuter is duidelijk te zien dat de ontwikkeling zich achtereenvolgens op verschillende functies concentreert, grofweg óf op fysieke óf op verstandelijke óf op emotionele groei. Een tijdschaal kan, tot op zekere hoogte, worden onderbroken en later weer voortgezet. De conclusie is dat worden en groei bestaat uit reeksen kleine processen die stuk voor
stuk uniek zijn. De context van die processen bevindt zich op een bepaalde plaats en op
een bepaalde tijd. Op dat punt 'hier en nu' is de context met de geest van de tijd en het
collectief geheugen aanwezig, is de context in eenmalige interactie met een eenmalig
proces. Dit is wat hier bedoeld wordt met actualiteit, het is ruimtelijkheid voortgaand in
de tijd. Door die voortbeweging is het 'nu' weliswaar snel voorbij maar is het ook een
concreet te vatten grenspunt, een fluctuerende energie die aan
een proces de onmisbare vluchtigheid biedt. De standaard astronomische gegevens van tijd
en plaats dienen als aanduiding van de actualiteit, de
'vluchtige' intrinsieke innerlijke ruimte en tijd van de omgevingscontext, de tegenhanger
van de 'constante' intrinsieke ruimte en tijd van de innerlijke context. Niet de context
als proces is instabiel maar de context als vluchtig en wisselend aanbieder of aantrekker
van interactieve processen. Als mens en individueel proces vergezelt ons steeds het dilemma van een onveranderlijke
eigen opdracht omgeven door een zich steeds anders aan ons presenterende (chaotische)
wereld van actuele contexten. We communiceren ermee en anticiperend op onze mogelijkheden
sturen we onze ontwikkeling. Onze innerlijke leeftijd is de afstand die we hebben afgelegd
op weg naar ons doel. Koppelingen naar |
| ^ |
De relaties tussen een proces en de actuele contextDe universele relatie is de (algemene) dynamische verbinding van de
coördinaten ruimte, tijd en zoveel andere als er zijn, die een proces als
zelforganiserend systeem nodig heeft voor het vervullen van zijn functie. |
overzicht - De elementaire relatiesIn de vormgeving hiervan probeer ik de formele en de informele benadering te combineren om zo meer duidelijkheid te krijgen. Waar context vet is gedrukt is actuele context bedoeld. Het proces dat de opdracht geeft, het opdrachtgevend proces, zal ik in het vervolg van dit hoofdstuk met o.p. aanduiden. Met actueel wordt bedoeld: nu en hier bestaand. De opdracht voor het nieuwe proces is simpel: "dit sms'je met 'ja'
verzenden". Het berichtje is geschreven, het toestel is klaar. De opdrachtgever is
klaar om te verzenden. De eerste verbinding die moet worden gemaakt is het contact met de
omgeving. |
| de betekenis van »+« is 'polaire relatie' | h = hypothetisch, a = antithetisch, s = synthetisch | ||
|1| |
De spontane relatie van polariteit, de innerlijke verbinding van het o.p. met zijn actuele context. Ruimtelijke relatie: zich spontaan openstellen voor De onbestemde energie Een ongerichte toestand Dus is een tweede relatie nodig. |
|7| |
De actuele relatie van interactie, de innerlijke verbinding van unieke capaciteiten met andere, alternatieve contexten. Temporele, de tijd betreffende, relatie: kennis aanbieden of Deze en gene context toont zich aan mij: Ik kan niet al mijn ambities volgen, er moet één van zoveel Dus is een achtste relatie nodig. |
|2| |
De statische relatie van terugkoppeling, de verbinding van het o.p. en zijn onbestemde situatie met zijn geheugen in de voorafgaande cyclus. Temporele, de innerlijke tijd betreffende, relatie: de Ik, het o.p., houdt dit onbepaalde energiepatroon Wat is de waarde van dat patroon voor mijn doel? Dus is een derde relatie nodig. |
|8| |
De individuele relatie van selectiviteit, de afstoting van alle ongewenste mogelijkheden om zich met slechts een te verbinden. Ruimtelijke relatie: verwerpen of niet toelaten is kiezen. Dit hoor ik niet, dit ruik ik niet, dat voel ik niet, Ik moet kunnen geloven dat mijn keuze echt het ideale doel vormt, Dus is een negende relatie nodig. |
|3| |
De dynamische relatie van dialectiek, de verbinding van twee entiteiten tot een bepaalde actuele mogelijkheid. Temporele, de tijd betreffende, relatie: een in De waarde van de onbestemde situatie in de Een gegeven feit leidt alleen dan tot handelen als er Dus is een vierde relatie nodig. |
|9| |
De uitbreidende relatie van grensverkenning, de verbinding van mijn huidige inzicht met de uitgebreide mogelijkheden voor ontwikkeling in deze en gene context. Ruimtelijke relatie: het terrein verkennen, Om mijn context uit te breiden neem ik kennis Maar om extremiteiten te vermijden wil ik er zeker van zijn dat ik de werkelijkheid niet uit het oog verlies. Dus is een tiende relatie nodig. |
|4| |
De funderende relatie van symmetrie, de innerlijke verbinding van de twee paren ruimte-tijd en binnen-buiten. Symmetrie is de gelijkwaardigheid van twee polen, In mijn intrinsieke ruimte neem ik subjectief waar: Om de ontwikkeling van dit uitgebreider potentieel Dus is een vijfde relatie nodig. |
|10| |
De consistente relatie van autonomie, de innerlijke verbinding van mijn doelmatig gevormd product met mijn actuele context. Temporele, de tijd betreffende, relatie: de tijd maken, Als ik niet vrij van angst ben, De vorm volgt nu volmaakt de planning. Dus is een elfde relatie nodig. |
|5| |
De creatieve relatie van sturing, de verbinding van mijn perceptie van de actuele context met de identiteit van het o.p. Ruimtelijke relatie: de samenvoeging toetsen Ik speel met de regels om de waarde te toetsen. Mijn actuele grootheid wil ik productief maken. Dus is een zesde relatie nodig. |
|11| |
De symmetrische (=gelijkwaardige) relatie van acceptatie, de verbinding ter vervolmaking van de vorm in de sociale context. Temporele, de tijd betreffende, relatie: voorbij de angst Vanuit zelfrespect hanteer ik mogelijk tegenwicht met respect. Het o.p. kan het nieuwe proces genereren om de opdracht, Dus is een twaalfde relatie nodig. |
|6| |
De statisch-dynamische relatie van functionaliteit, de verbinding van de eigen capaciteiten met geactualiseerde waarden. Temporele, de tijd betreffende, relatie: Mijn werkmethode in detail tot Aangenomen dat 8 tot en met 12 wel wat meer Dus is een zevende relatie nodig |
|12| |
De intuïtieve relatie van coördinatie, de verbinding van de nu
volmaakte vorm met het geheugen van de context van de opdracht van het proces. Ruimtelijke relatie: Het o. p. legt zich wel of niet neer bij het feit. De context van het nieuwe proces zal het o.p. bevatten, zoals Dit was de laatste; als de tijd rijp is zal het nieuwe proces |
| De opdrachtgever kan nu over de gebeurtenis napraten, achteraf: 'Ik zie geen bevestiging, heb ik het bericht nu wel of niet verstuurd? Levert mijn telecombedrijf nog communicatie, wordt deze techniek nog wel ondersteund? Wat was mijn bedoeling ook al weer? Is het overgekomen? Bij wie? Dit gaat vast problemen geven. Wat heb ik nu gedaan?', enzovoort, Of is de opdrachtgever tevreden en ontspannen? |
Enkele slotopmerkingenHier past nog een opmerking over wat in dit overzicht ontbreekt. Omdat het er in dit
overzicht vooral om ging de logische noodzakelijkheid van opeenvolgende stappen en de rol
van de context in een proces concreet te maken moest ik keuzes maken. Het was aanvankelijk
een puur lineaire ordening met, afwisselend, een relatie die de omgeving en een die de
eigenheid betreft, steeds in de dialectische golfbeweging. Maar door de lijst in twee
helften te knippen en deze naast elkaar te plaatsen was het gelukkig mogelijk om ook aan
de zes relaties tussen de polariteiten van ruimte en tijd zichtbaar uitdrukking te geven. De opdracht "dit sms'je met 'ja' verzenden" leek een simpel doen, maar dat was een vergissing. Om dat proces te genereren moet het o.p. het, na een voorbereiding, loslaten en het zelfstandig in contact laten komen met de context. Het lijkt op een golf die zich voortplant. Om tot uitvoering te komen is werk van o.p. en context nodig in de vorm van enorme aantallen van deze minuscule actuele gebeurtenissen. Het blijkt dat dit voor mij een proces was waarin theoretische mogelijkheden werden bekeken, een denkproces dus. Daardoor heb ik ook de openstaande vraag kunnen beantwoorden hoe niet-fysieke informatie in het geheugen van een fysiek lichaam terecht kan komen: zo'n niet-fysiek proces van informatieuitwisseling vindt plaats met behulp van verbindingen tussen delen van dat fysieke lichaam. En dat beantwoordt weer de algemenere vraag of informatieuitwisseling alleen bij mensen plaatsvindt: ik mag mezelf als mens hebben geïntroduceerd als uitzichtspunt maar ik ben vervangbaar door ieder fysiek proces, inclusief een compacte brandbare aardgasbel. Sorry, ik vergat dat deze individuen geen gsm'etje gebruiken. Koppelingen naar |
| ^ |
Verder naar het interne netwerk van relatiesDe universele relatie is niet een eindpunt, het integreert continu. De voortdurende verbinding bevat het belang van een proces in het doel waartoe dat dient, maar de weg om het te realiseren is slechts indirect gegeven, in actuele gebeurtenissen. De toekomst van een proces en de toekomst van zijn contexten ontwikkelen zich gezamenlijk maar volgens hun eigen tempo en tijdschaal. Zo zal de constantheid van een samengesteld proces 'mens' zijn stuurkunsten stapsgewijs (vrij naar Karl Popper) inzetten en, zigzaggend tussen allerhande uitersten van goed en kwaad, uiteindelijk in zichzelf de volmaakte harmonie van alle delen waaruit het bestaat bereiken. De beschrijving van de externe relaties, van de overeenkomst zoals die in de loop van
de tijd doorwerkt, komt pas in deel drie van de architectuur van de relaties van het
proces aan de orde. Want, alles op zijn tijd, eerst ga ik de structuur die ten grondslag
ligt aan de patronen, de individuele dagelijkse toepassing van het netwerk van relaties,
verder analyseren. |