Begrippen en symbolen*:v Fasen: de 12 stadia van het proces - mini zinnen - |
| v Filters of kleuringen: de uitingsvormen van fasen en functies |
| v Functies: gereedschappen, potentiële capaciteiten of drijfveren |
| v Aspecten: de aard van de samenwerking tussen de functies |
| v Schema van elementaire relaties: assen van tegendelen dialectisch geordend |
| v Verantwoording |
| ^ | |
| De fasen: de 12 stadia van het proces (bijv. startend vanuit de Ascendant: het proces van beginnen en de omgeving benaderen) (lijst met standaardzinnetjes voor de twaalf fasen van het proces) |
|
| Een fase omvat in haar 30 graden steeds twee (delen van) opeenvolgende
tekens en bevat een x-aantal functies. |
|
| Voorbeelden van het proces en meer informatie over de structuur ervan
vindt U in ZZZine #3 en volgende delen van de structuurlijn, in
het overzicht van de processtructuur en in de beschrijving van
de dynamische verbindingen tussen fasen. |
|
| 1 Basis | Aanwezig in een omgeving, een opening maken. Zintuigen, spieren en zenuwen
activeren, veroverende energie, impuls, fysieke aanwezigheid, triviaal/ nonchalant begin
van de taak. Ik neem initiatieven_, ik ben in het begin_, ben aanwezig als_, steek energie in_. |
| 2 Basis | (On)macht om de eigen tijd te nemen. Refereren aan herinnerde ervaring,
doel of behoefte, kennis en emoties, consistent aandacht geven aan de eigen waarden of de
handleiding. Ik beheer mijn referentiekader_, mijn innerlijke behoefte is_, ik hou vast aan_, sta stil bij_. |
| 3 Basis | Kennis van vraag en aanbod. Onderscheiden van verschil, wijziging en
herhaling (cycli), relateren, rekenen, taxeren en denken, zintuigen, regels en taal
gebruiken, verdubbelen, verhandelen, overdragen, communiceren. Ik leg korte contacten_, zoek kennis en kennissen_, hanteer ambivalentie_, maak onderscheid tussen_, ik stippel mijn eigen weg uit_, draag over_. |
| 4 Basis | Integriteit van waarden en stabiliteit zoeken. De 'moeder'lijke rol, de
innerlijke ruimte en de emotionele basis verzorgen, subjectief op de omgeving reageren en
onbewust de eigen beweegredenen volgen, zich veilig en thuis voelen, gerust zijn - (zonder
woorden). Ik bepaal de ruimte in mezelf_, stel me thuis op_, zoek veiligheid en steun_, ik voel me thuis_, mijn onderneming_. |
| 5 Individu | Eigenwaarde toetsen om zelfbeeld te creëren. Zich tonen en reacties
uitdagen om overzicht te krijgen en zichzelf te beheersen, manieren en rollen spelen,
trouw blijven aan zichzelf. Ik sta centraal_, ik wil (niet)_, toets_of het bij me past, in mijn diepste ik_, ik speel_, creëer_, neem risico's_. |
| 6 Individu | Inzet/ misbruik van energie. Werken aan zelfkennis en zelfkritiek,
eigenschappen toepassen en ontwikkelen, details samenvoegen tot een product,
vereenvoudigen, het dienstbare en het ontbrekende vaststellen. Dit werkt (niet)_, ik zoek een nuttig resultaat_, wil produceren_, verantwoord mij_, ik synthetiseer_. |
| 7 Individu | Balanceren tussen geven en nemen, afwachten en waarnemen, aantrekken van
interactie, hulp bieden, alternatieven en verwikkelingen, spelen met sentimenten en de
'vrouw'lijke rol, omgangs- en spelregels hanteren, harmoniseren, afrekenen, weifelen. [1. de ander_ ] Ik werk samen_, spiegel mij aan_, verbeeld mij_, identificeer mij met_, ik zoek aanvulling en voltooiing_, kom tot innerlijke harmonie_. |
| 8 Individu | (On)macht om te kiezen tussen waarden. Overweldigd door alternatieven
één ervaring selecteren, innerlijk óf afstoten óf toelaten, negeren, concentreren,
ontpoppen, ontmaskeren, verteren, genieten - (zonder woorden). [2. de ander staat stil bij_ ] Ik confronteer_, haal er uit wat er inzit en verwerp de rest_, ik neem een standpunt in of wijzig mijn standpunt_, doe routinematig_, ik geniet_, profiteer van_, verteer_, _zit mij dwars. |
| 9 Sociaal | Het vóór en tegen van uitbreiding. Ervaring relativeren, het eigen
verhaal ontwikkelen, idealiseren (een vrijblijvend doel), eigen energie ter beschikking
stellen, zich moeten bewijzen/ indruk maken, grenzen verkennen en verleggen, kritiek
uiten, voorrechten claimen, het eigen voordeel zoeken. [3. de kennis van de ander_ ] Ik geloof in_, ontwikkel ideeën en idealen_, stel mezelf doelen_, deel mijn vaardigheden met_, ik onderwijs_, ben enthousiast_, fundeer mijn loyaliteit/ geloofwaardigheid op_, vergroot/ verdedig mijn territorium_, beheers mijn angst_. |
| 10 Sociaal | Behoefte aan een eigen functie in gelijkwaardigheid. De 'vader'lijke rol,
objectief en onbevooroordeeld subjectieve doelen beschermen, tijd en grenzen structureren
en realiseren, onzekerheden anticiperen en met discretie en innerlijk consistent een
strategie uitzetten. [4. het (t)huis van de ander_ ] Ik stel mijzelf grenzen_, ben maatschappelijk betrokken_, ben zelfverzekerd_, wil zekerheid bieden_. |
| 11 Sociaal | Verscheidenheid en vernieuwing van groepswaarden. Collectiviteit,
leiderschap, sociale codes, niveaus, vrijheden, regels, angst en vooroordeel; zich
aanpassen, bewijzen of accepteren, zich verantwoorden, tevreden zijn. [5. het zelfbeeld van de ander_ ] Ik beweeg mij in de vriendenkring_, vertrouw en accepteer_, bewijs mijzelf_, herzie mijn principes_, maak kennis met zelfmedelijden en superioriteitsdenken_, hanteer het masker dat past bij mijn rol_, ik raak gespannen_. |
| 12 Sociaal | Verwerking van ontvangen weerstand of steun. Op de achtergrond ervaringen
en gevoelens verteren, intuïtie, droom, het on(der)bewuste, toewijding, overgave -
(zonder woorden). [6. het werk van de ander_ ] Ik beëindig zaken_, integreer_, kom tot oplossingen_, stel mijn voorwaarden bij_, ik rust/ ben onrustig_, kan loslaten_. |
| ^ | ||
| symbool | Filters of kleuringen; de tekens van de dierenriem, indicatoren van zodiakale posities | |
| De voorwaarden of uitingsvormen van fasen en functies. De door de tekens aangeduide lichaamsdelen. |
||
| 1 | RAM + de (omgevings-) ruimte makende manier: impulsief, trivaal, openend, initiërend,
praktisch, energiek, daadkrachtig, gedecideerd de taak aanpakken; kortste tijdspanne***. Anatomie: het hoofd, het spierstelsel, de hypofyse. De toepassing als beginpatroon vindt U in ZZZ 12. |
|
| 2 | STIER - de (innerlijke) tijd claimende manier: grootheid, de tijd nemend, aandachtig,
waarderend, volhardend, bij zijn doel blijvend; korte tijdspanne***. Anatomie: de spieren en botten van de mond, de tanden en de onderkaak, keel en nek, de schildklier. De toepassing als beginpatroon vindt U in ZZZ 25. |
|
| 3 | TWEELINGEN + de (omgevings-) tijd gebruikende manier: vergelijkend, relaterend,
handelend, communicerend, wisselend en gelaagd, eigen weg gaand; gemiddelde tijdspanne (2uur)***. Anatomie: de zintuigen, het zenuwstelsel, de spieren en botten van het bovendeel van borst en longen, schouders, armen en handen, de bloedvaten en alle andere kanalen en verbindingen, de thymusklier. De toepassing als beginpatroon vindt U in ZZZ 38. |
|
| 4 | KREEFT - de (innerlijke) ruimte vanuit de eigen drijfveren makende manier: subjectief
ondernemend, stabiliteit, geborgenheid en bestendigheid zoekend. Expressie via
lichaamstaal in plaats van woorden; gemiddelde tijdspanne (2uur)***. Anatomie: de maag en andere lichaamsholtes, de pancreas. De toepassing als beginpatroon vindt U in ZZZ 2. |
|
| 5 | LEEUW + de (omgevings-) ruimte claimende manier: trouw aan zichzelf, toetsend, moedig,
uitdagend, showend, leidinggevend, beheersend; lange tijdspanne***. Anatomie: de spieren en botten van de wervelkolom, het hart. De toepassing als beginpatroon vindt U in ZZZ 15. |
|
| 6 | MAAGD - de (innerlijke) tijd bewerkende manier: prestatiegericht, werkzaam,
dienstbaar, zuiver, gedetailleerd, kritisch, analytisch, eenvoudig, zelfkennis; langste tijdspanne***. Anatomie: de lever, de dunne darm. De toepassing als beginpatroon vindt U in ZZZ 28. |
|
| 7 | WEEGSCHAAL + de (omgevings-) tijd makende manier: interactie en omstandigheden
oproepend, uitnodigend, afwachtend, verwachtend, zintuiglijk sensibel, tactisch,
weifelend; langste tijdspanne***. Anatomie: de nieren, de huid (als contactorgaan), de slijmvliezen, bijnieren. De toepassing als beginpatroon vindt U in ZZZ 32. |
|
| 8 | SCHORPIOEN - de (innerlijke) ruimte nemende manier: ontmaskerend, haalt er uit wat er
in zit en verwerpt wat overbodig is, overweldig(en)d, kwetsbaar, routineus, concentrerend,
kiezend, genietend. Non-verbaal; lange tijdspanne***. Anatomie: de geslachtsorganen, neus, dikke darm en anus, de blaas. De toepassing als beginpatroon vindt U in ZZZ 5. |
|
| 9 | BOOGSCHUTTER + de (omgevings-) ruimte gebruikende manier: interpreterend,
relativerend, uitbreidend, enthousiast, idealiserend, gelovend; gemiddelde tijdspanne (2uur)***. Anatomie: de spieren en botten van de heupen en bovenbenen. De toepassing als beginpatroon vindt U in ZZZ 18. |
|
| 10 | STEENBOK - de (innerlijke) tijd vormgevende werkwijze: objectief en onbevooroordeeld
het subjectief doel, duur en grenzen structurerend, onzekerheden anticiperend en een
strategie uitzettend, is discreet, zoekt innerlijke consistentie en verantwoordelijkheid; gemiddelde tijdspanne (2uur)***. Anatomie: het skelet, de huid (als beschermend orgaan). De toepassing als beginpatroon vindt U in ZZZ 22. |
|
| 11 | WATERMAN + de (omgevings) tijd nemende manier: gelijkwaardig en divers, sociaal,
vriendschappelijk, groepsgeest, aanpassend en accepterend, vernieuwend; korte tijdspanne***. Anatomie: de spieren en botten van de onderbenen en enkels. De toepassing als beginpatroon vindt U in ZZZ 35. |
|
| 12 | VISSEN - de (innerlijke) ruimte ordenende manier: vaag, op de achtergrond, oplossend,
integrerend, orde scheppend in chaos van ervaringen, loslatend, beschikbaar, wachtend tot
er behoefte bestaat. Woordeloos; kortste tijdspanne***. Anatomie: de spieren en botten van de voeten. De toepassing als beginpatroon vindt U in ZZZ 8. |
|
| ~*~ |
De tijdspanne is de tijd die het teken nodig heeft om de Ascendant te passeren en hangt samen met de plaats op aarde - op het noordelijk halfrond - waar het proces plaatsvindt. Bijgevolg is op het zuidelijk halfrond de duur tegenovergesteld aan die hier vermeld. |
| ^ | |
| symbool | Punten in de kaart: Principes van coördinatie; functies: begin en objectief van het eigen proces. De fase waarin hij staat geeft de omstandigheden aan waarin de eigenschap optimaal kan worden ingezet, het teken waar een functie in staat geeft de manier aan waarop de eigenschap optimaal kan worden ontwikkeld, de aspecten laten zien hoe de functies met elkaar interfereren en samenwerken, resp. in welke combinatie zij optimaal kunnen worden toegepast. |
| De potentiële eigenschappen of drijfveren van het gereedschap (planeet in retrograde richting: naar binnen gericht, met diepgang). De aan de functies gerelateerde lichamelijke processen. |
|
| de ZON: de eigenwaardefunctie; symbool van het creatief speelse, ruimte claimen, zich
identificeren, centraal zijn in de omgeving, wat je ten diepste wilt realiseren, waar je
overzicht en leiding over wilt hebben. Fysiologisch: houding en persoonlijke uitstraling, de hartfunctie en bloedsomloop, de thymusfunctie en het immuunsysteem. Gerelateerd aan LEEUW en de 5e fase. |
|
| de MAAN: de hechtingsfunctie; symbool van verbondenheid met de eigen drijfveren, de
moederlijke pool van de as van innerlijke stabiliteit, het vermogen om subjectief te zijn,
om in de innerlijke ruimte, de woning van zorgzaamheid en erbij horen, de vrede te
bewaren. Non-verbaal. Fysiologisch: de coördinatie van de lichaamsfuncties, het hormonale stelsel, spijsverteringsstelsel, vochthuishouding en lymfatisch systeem. Gerelateerd aan KREEFT en de 4e fase. |
|
| = | MERCURIUS: de uitwisseling- of evalueerfunctie; symbool van denken en praten, van
communiceren en kennis van feiten. Fysiologisch: de overdracht van zintuiglijke indrukken en zenuwsignalen, het transport van hormonen, vloeistoffen, zuurstof, enz., de beweeglijkheid van b.v. de gewrichten, de functies van de lever en de dunne darm. |
|
- voor de ZON uitgaand, primair: dubbel, relaties onderscheiden / weg uitstippelen,
uitwisseling. Gerelateerd aan TWEELINGEN en de 3e fase. - de ZON volgend, secundair: enkelvoudig, evaluatie van (on)kunde / detaillering, meer persoonlijk inzicht zoekend. Gerelateerd aan MAAGD en de 6e fase. |
| = | VENUS: de voorzorg- of observeerfunctie; symbool van het vrouwelijke, aandacht geven
en betekenis, uitnodigen tot wisselwerking, zintuiglijke sensaties, sociale gevoelens;
vrouwelijke vrienden, de kassier: geven en nemen, het vermogen te spiegelen. Fysiologisch: de nierfunctie (handhaving van homeostase en evenwicht van bloedsamenstelling), de zachtheid en sensualiteit van de huid, de veneuze bloedsomloop, de vrouwelijke geslachtshormonen. |
|
- voor de ZON uitgaand, primair: initiatieven observerend, kritiekloos, wegend,
weifelend. Gerelateerd aan WEEGSCHAAL en de 7e fase. - de ZON volgend, secondair: refereren aan betekenis, tijd nemen om te plannen. Gerelateerd aan STIER en de 2e fase. |
| MARS: de activerings- of initiëringsfunctie; het symbool van de manlijke rol, een
opening maken zonder betekenis, van energiek, gedecideerd en daadkrachtig zijn, het
vermogen om de zintuigen en de lichaamskracht praktisch te richten; manlijke vrienden. Fysiologisch: de functie van rode bloedlichaampjes, de adrenaline, de mannelijke geslachtshormonen, de lichaamskracht. Gerelateerd aan RAM en de 1e fase. |
|
| JUPITER: de ontwikkelingsfunctie; symbool van toeëigening / oningehouden, van
vrijblijvend idealisme, enthousiasme, geloofwaardigheid, groei en jeugd, herstel en
veerkracht. Fysiologisch: de leverfunctie, de arteriële bloedstroom, de soepelheid en geneeskracht van het lichaam. Gerelateerd aan BOOGSCHUTTER en de 9e fase. |
|
| SATURNUS: de consistentiefunctie; symbool van innerlijke tijd en de psyche, de
vaderlijke pool van de as van innerlijke stabiliteit, het vermogen om objectief en
onbevooroordeeld de subjectieve moederlijke pool te structureren en te realiseren;
onzekerheden anticiperen en strategische planning zijn voorwaarden om consistent de eigen
autoriteit en een verantwoordelijk individu te zijn. Fysiologisch: de functie van duur, doel en afbraak, de samenhang van functie en vorm van het lichaam. Gerelateerd aan STEENBOK en de 10e fase. |
|
| URANUS: de vernieuwfunctie; symbool van spanning, invloed en grenzen doorbreken,
verbreding van perspectief, van inventiviteit en verrassing, van inzicht en acceptatie van
diversiteit. De wisselende sociale opvattingen van generaties. Fysiologisch: de hypothalamusfunctie, omzetting van informatie bijv. zenuwimpulsen in hormonen. Gerelateerd aan WATERMAN en de 11 fase. |
|
| NEPTUNUS: de integreerfunctie; symbool van actieve afwezigheid / passieve
aanwezigheid, van verwerken, afsluiten en loslaten, het vermogen om met duidelijkheid om
te gaan en om te verhullen, de intuïtie te gebruiken, om het geheel en eenheid te
ervaren. Woordeloos. De sociale verbondenheid in een generatie. Fysiologisch: de functie van vloeistoffen binnen het lichaam. Gerelateerd aan VISSEN en de 12e fase. |
|
| PLUTO: de uitdagingsfunctie; symbool van transformatie en ontmaskering, het vermogen
om met de harde werkelijkheid of met (on)macht om te gaan, om te ontkennen of te verwerpen
en zo te kiezen, om routine te gebruiken. Non-verbaal. De culturele en maatschappelijke machtsverhoudingen binnen een tot drie generaties. Fysiologisch: de functie van de dikke darm, van seksualiteit. Gerelateerd aan SCHORPIOEN en de 8e fase. |
|
| Ascendant | De Ascendant (= rijzend) of oostelijke horizon, het punt op de dierenriem dat opkomt op een gegeven breedtegraad (in combinatie met het Medium Coeli, dat de draaiing van de aarde, de omgevingstijd, aanwijst) en de innerlijke ruimtetijd aanduidt. De aanwezigheidsfunctie: symbool van het begin van het proces en de uitvoering van een taak, de benadering van het leven, het masker/ persona, triviaal contact met de omgeving, het eerste aandachtspunt. Fysiologisch: het lichaam zelf en, samen met andere functies in directe verbinding, de uiterlijke kenmerken. Meer informatie in ZZZ 9 en illustraties in ZZZ 13. |
| MC | Het Medium Coeli (= midhemel) geeft het Zuiden aan. In combinatie met de ZON, die de
datum aanduidt, geeft het de omgevingstijd aan. De functie van de oriëntatie in de actualiteit, de levenshouding, het vermogen om de eigen lijn uit te zetten en te volgen. Fysiologisch: kracht en soepelheid van de wervelkolom. Meer informatie vindt U in ZZZ 9 en illustraties in ZZZ 13. |
| De volgende elementen zijn combinaties van functies en niet hanteerbaar zoals dat met de eigenlijke functies het geval is. Zij bieden informatie als leerpunten. | |
| Noordelijke Maanknoop, kruispunt van de banen van Zon en Maan: het terrein en de wijze waarop hulp of feedback ontvangen en gehanteerd wordt. | |
| Pars Fortune, combinatie van de stand van Zon en Maan in verhouding tot de Ascendant: het wordt beschouwd als 'het leerpunt'. | |
| ^ | |
| afstand | Aspecten of hoeken |
| in graden +/- 6° |
belangrijke dynamische relaties tussen functies |
| 0° | conjunctie: beide functies vormen een geheel met elkaar, worden als een eenheid
ervaren; als de snellere ingaand is: de ervaring met de langzame is oud dus overbekend, vermoeid; als de snellere uitgaand is: de ervaring met de langzame is fris, de snellere wordt ondersteund naargelang beide qua aard bij elkaar passen. |
| 30° | halfsext: de relatie tussen de functies verbindt twee verschillend geaarde kleuringen en fasen, met ongelijke richting, die verschillende vormen van activiteit gebruiken. Ze berust op de inherente dynamiek tussen opeenvolgende fasen. De samenwerking wordt opgezocht en herkend of is vertrouwend en vol verwachting. |
| 60° | sextiel: de functies bevinden zich in twee verschillend geaarde kleuringen en fasen die gelijk gericht zijn, maar verschillende vormen van activiteit gebruiken. De samenwerking is activerend en stimulerend. |
| 90° | vierkant: de relatie tussen de functies verbindt twee verschillend geaarde kleuringen en fasen, met ongelijke richting, maar met overeenkomstige vormen van activiteit. De samenwerking is zeer energiek, soms ronduit vechterig. |
| 120° | driehoek: de functies bevinden zich in gelijkaardige kleuringen en fasen, zijn gelijk gericht, maar passen verschillende vormen van activiteit toe. De samenwerking is aanvullend, vanzelfsprekend, soms is ze zwak of zelfs gemakzuchtig en lui. |
| 150° | inconjunct: de relatie tussen de functies verbindt twee verschillend geaarde kleuringen en fasen, met ongelijke richting, die verschillende vormen van activiteit gebruiken. De samenwerking is ongewoon, vergt langdurige inspanning, dwingt tot onderzoek en analyse. |
| 180° | oppositie: beide functies hebben verschillend geaarde
kleuringen en fasen, zijn gelijk gericht, en gebruiken overeenkomstige
vormen van activiteit. Zij worden aanvankelijk als maximaal contrasterend ervaren, maar bevinden zich in complementaire positie en dat vereist dat naar harmonische samenwerking wordt gestreefd. |
| geen | niet-geaspecteerde, geïsoleerde functie: moeilijk herkenbaar, moeilijk te sturen. Uit zich extreem of is onberekenbaar omdat de hanteerbaarheid afhangt van een of meer actuele relaties met de omgevingscontext. |
| ^ |
| Schema van elementaire relaties: assen van tegendelen of symmetriën dialectisch geordend |
| 1 basis |
initiëren (these) naar de
buitenwereld as van MIJN CONTACT MET DE OMGEVING |
|
||
| activering zintuigen aanwezigheid begin aan overeengekomen taak |
fysieke pool: daadkracht |
trivialiteit - goed | rationele pool: aantrekking (+daadkracht) |
aanvulling aanpassing spiegeling soc.interactie sentiment eros onbeslist |
| 4 basis |
initiëren (these) in de
binnenwereld as van MIJN WAARDEN, DE INNERLIJKE BASES |
|
||
| inn.ontroerbaarheid emotie subject ervaren stabiliteit ondernemen |
emotionele pool: hechting |
duurzaamheid - verdriet | introspectief: zelfstandigheid (+binding) |
(em.)consistentievermogen bewust beperking ordening objectivering perfectie |
| 5 individu |
tegenoverstellen (antithese) naar de buitenwereld as van MIJN ROL IN DE GROEP/ OMGEVING |
|
||
| zelfvertrouwen wilskracht toneelspel trots trouw identiteit zelf- ego- |
fysieke pool: zelfbestuur |
afscheiding - noodzaak | rationele pool: acceptatie (+zelfbestuur) |
soc.acceptatie verdraagzaamheid groep gelijkwaardigheid publiek |
| 2 basis |
tegenoverstellen (antithese)
in de binnenwereld as van MIJN INNERLIJKE (ON)MACHT |
|
||
| inn.refereren herinneren motief achting zintuigl. sensaties doorzetten |
introspectief: aandacht |
grootheid - slecht | emotionele pool: afwijzing (+aandacht) |
(intr.)concentreren selectief beslist inventief indringend zwart-wit routine -dwang |
| 3 basis |
verenigen (synthese) naar de
buitenwereld, as van DENKEN VANUIT GELIJKWAARDIGHEID OF UITSLUITING |
|
||
| grip op omgeving tekens verschil relateren veelvoud handel eigen weg |
rationele pool: kennis |
stroming - vreugde | fysieke pool: referentiekaders (+kennis) |
intell.uitbreidingsvermogen enthousiasme relativering geloof ideaal wetgeving |
| 6 individu |
verenigen (synthese) in de
binnenwereld as van MIJN BIJDRAGE IN EENHEID EN VRIJHEID |
|
||
| inn.analyseringsvermogen eenmalig werkzaam detail gebrek probleem |
introspectief: functioneren |
samengaan - vrijheid | emotionele pool: vrijgave (+functioneren) |
(intr.)overeenkomst doel onbewust droom mysterie opslag loslaten afwezig |
| dialectische herschikking 12-6-2011 Koppelingen naar |
| ^ |
VerantwoordingAlle potentialiteiten van een proces werken op een individuele manier samen. Dat betekent dat een eigenschap in een bepaalde context afwezig kan schijnen en in andere duidelijker tot uitdrukking zal komen. Onze wereld is aan voortdurende transformatie onderhevig, ze ontwikkelt zich gestaag.
Bij de interpretatie van de begrippen en symbolen waarmee we haar willen beschrijven
zullen wij daarom met de algemene tendensen van de context rekening moeten houden. |