Begrippen en symbolen*:v Fasen: de 12 stadia van het proces - mini zinnen - |
| v Filters of kleuringen: de voorwaarden van fasen en functies |
| v Functies: gereedschappen, potentiële capaciteiten of drijfveren |
| v Aspecten: de aard van de samenwerking tussen de functies |
| v Basisschema van elementaire relaties: contrasten en tegendelen |
| v Verantwoording |
| ^ | |
| Fasen: de 12 stadia van het proces (bijv. startend vanuit de Ascendant: het proces van beginnen en de omgeving benaderen) |
|
| (lijst met standaardzinnetjes voor de twaalf fasen van het proces) Voorbeelden van het proces en meer informatie over de structuur ervan vindt U in ZZZine #3 en volgende delen van de structuurlijn en in het overzicht van de processtructuur. |
|
| 1 Basis | Zintuigen, spieren en zenuwen openen, begin van impliciete taak, fysiek,
veroverende energie, impuls; ik neem initiatieven_, ik ben in het begin_, ben aanwezig als_, steek energie in_. |
| 2 Basis | Refereren aan herinnerde ervaring, doel of behoefte, waarde, kennis en
emoties, aandacht; ik beheer bezit / referentiekader_, mijn innerlijke behoefte is_, ik sta stil bij_. |
| 3 Basis | Onderscheiden van verschillen, relateren, zintuigen gebruiken,
verdubbelen, verhandelen, overdragen, communiceren; ik leg korte contacten_, ik zoek relaties_, zoek kennis (kennissen)_, ik stippel mijn eigen weg uit_, draag over_, ik maak onderscheid tussen_. |
| 4 Basis | Innerlijke ruimte verzorgen, weerspiegelen en subjectief op de omgeving
reageren, veilige basis en houvast zoeken, thuis voelen, zorgzaam zijn, claimen, binden; ik bepaal de ruimte in mezelf_, stel me thuis op_, zoek mijn basis_, ik voel me thuis_, mijn onderneming_. |
| 5 Individu | Uitdagen van reactie om overzicht te krijgen, (zelf)beheersing,
(zelf)vertrouwen, de leiding nemen; ik wil graag centraal staan_, in mijn diepste ik_, toets of het bij me past_, speel_. |
| 6 Individu | Werken aan zelfkennis en zelfbewustzijn, eigenschappen in detail
analyseren, kritiek, vereenvoudigen, zuiveren, het dienstbare en het ontbrekende; ik werk (niet)_, ik zoek resultaat_, produceer_, ik analyseer_. |
| 7 Individu | Verwachten, afwachten, zintuiglijk waarnemen, aantrekken van hulp,
alternatieven en verwikkelingen, uitnodigen tot interactie met het/de andere,
harmoniseren, afrekenen, weifelen; [de ander_ ] ik werk samen_, zoek uitwisseling_, ik zoek voltooiing_, ik zoek aanvullende omstandigheden_, kom tot innerlijke harmonie_. |
| 8 Individu | Overweldigd door alternatieven één ervaring selecteren, innerlijk óf
afstoten óf toelaten, negeren, concentreren, ontpoppen, ontmaskeren, verteren, genieten; [de ander staat stil bij_ ] ik kom tot een beslissing_, ik geniet, haal er uit wat er inzit en verwerp de rest, profiteer_, verteer_, zet om_, doe routinematig_. |
| 9 Sociaal | Relativeren van ervaring, eigen verhaal ontwikkelen, uitbreiden,
idealiseren (van een vrijblijvend doel), grenzen verkennen, geloven; [de kennis van de ander_ ] ik vorm idealen_, stel mezelf doelen_, ik geloof_, zoek idealen_, maak groter. |
| 10 Sociaal | Anticiperen, onzekerheden incalculeren, subjectief doel, tijd en grenzen
accepteren en realiseren, structureren, stap voor stap gaan, objectief en
onbevooroordeeld, discreet, verantwoordelijk, autonoom, autoriteit; [het (t)huis van de ander_ ] ik ben maatschappelijk betrokken_, ik ben zelfverzekerd_, wil zekerheid bieden_. |
| 11 Sociaal | Collectiviteit, massa, groepen, zich aanpassen, bewijzen of accepteren,
zich verantwoorden, tevreden zijn; [het diepste ik van de ander_ ] ik beweeg me in de vriendenkring_, accepteer_, ik ben tevreden_. |
| 12 Sociaal | Op de achtergrond ervaringen en gevoelens verteren, intuïtie, droom, het
onbewuste, illusie, toewijding, overgave, stilzwijgend aangenomen doel of taak,
bestemming; [het werk van de ander_ ] ik beëindig zaken_, integreer_, kom tot oplossingen_, ik stel mijn voorwaarden bij_, kan loslaten_. |
| ^ | ||
| symbool | Filters of kleuringen; de tekens van de dierenriem, indicatoren van zodiakale posities | |
| De voorwaarden van fasen en functies. De door de tekens aangeduide lichaamsdelen. |
||
| 1 | RAM + de (omgevings-) ruimte makende manier: trivaal, openend, initiërend, praktisch,
energiek, daadkrachtig, gedecideerd de taak aanpakken. Anatomie: het hoofd, het spierstelsel, de hypofyse. De toepassing als beginpatroon vindt U in ZZZ 12. |
|
| 2 | STIER - de (innerlijke) tijd claimende manier: grootheid, de tijd nemend, aandachtig,
waarderend, volhardend, bij zijn doel blijvend. Anatomie: de spieren en botten van de mond, de tanden en de onderkaak, keel en nek, de schildklier. De toepassing als beginpatroon vindt U in ZZZ 25. |
|
| 3 | TWEELINGEN + de (omgevings-) tijd gebruikende manier: vergelijkend, relaterend,
handelend, communicerend, wisselend en gelaagd, eigen weg gaand. Anatomie: de zintuigen, het zenuwstelsel, de spieren en botten van het bovendeel van borst en longen, schouders, armen en handen, de bloedvaten en alle andere kanalen en verbindingen, de thymusklier. De toepassing als beginpatroon vindt U in ZZZ 38. |
|
| 4 | KREEFT - de (innerlijke) ruimte makende manier: bindend, vasthoudend, geborgenheid
zoekend, subjectief. Expressie met lichaamstaal in plaats van woorden. Anatomie: de maag en andere lichaamsholtes, de pancreas. De toepassing als beginpatroon vindt U in ZZZ 2. |
|
| 5 | LEEUW + de (omgevings-) ruimte claimende manier: trouw aan zichzelf, toetsend, moedig,
uitdagend, showend, leidinggevend, beheersend. Anatomie: de spieren en botten van de wervelkolom, het hart. De toepassing als beginpatroon vindt U in ZZZ 15. |
|
| 6 | MAAGD - de (innerlijke) tijd bewerkende manier: prestatiegericht, werkzaam,
dienstbaar, zuiver, gedetailleerd, kritisch, analytisch, eenvoudig, zelfkennis. Anatomie: de lever, de dunne darm. De toepassing als beginpatroon vindt U in ZZZ 28. |
|
| 7 | WEEGSCHAAL + de (omgevings-) tijd makende manier: interactie en omstandigheden
oproepend, uitnodigend, afwachtend, verwachtend, zintuiglijk sensibel, tactisch,
weifelend. Anatomie: de nieren, de huid (als contactorgaan), de slijmvliezen, bijnieren. De toepassing als beginpatroon vindt U in ZZZ 32. |
|
| 8 | SCHORPIOEN - de (innerlijke) ruimte nemende manier: ontmaskerend, haalt er uit wat er
in zit en verwerpt wat overbodig is, overweldig(en)d, kwetsbaar, routineus, concentrerend,
kiezend, genietend. Woordeloos. Anatomie: de geslachtsorganen, neus, dikke darm en anus, de blaas. De toepassing als beginpatroon vindt U in ZZZ 5. |
|
| 9 | BOOGSCHUTTER + de (omgevings-) ruimte gebruikende manier: interpreterend,
relativerend, uitbreidend, enthousiast, idealiserend, gelovend. Anatomie: de spieren en botten van de heupen en bovenbenen. De toepassing als beginpatroon vindt U in ZZZ 18. |
|
| 10 | STEENBOK - de (innerlijke) tijd makende werkwijze: anticiperend, onzekerheden
incalculerend, subjectief doel, tijd en grenzen accepterend en realiserend, structurerend,
stap voor stap gaand, objectief en onbevooroordeeld, discreet, verantwoordelijk, autonoom,
innerlijk consistent. Anatomie: het skelet, de huid (als beschermend orgaan). De toepassing als beginpatroon vindt U in ZZZ 22. |
|
| 11 | WATERMAN + de (omgevings) tijd nemende manier: gelijkwaardig, sociaal,
vriendschappelijk, groepsgeest, aanpassend en accepterend, vernieuwend. Anatomie: de spieren en botten van de onderbenen en enkels. De toepassing als beginpatroon vindt U in ZZZ 35. |
|
| 12 | VISSEN - de (innerlijke) ruimte ordenende manier: vaag, op de achtergrond, oplossend,
integrerend, orde scheppend in chaos van ervaringen, loslatend, beschikbaar, wachtend tot
er behoefte bestaat. Woordeloos. Anatomie: de spieren en botten van de voeten. De toepassing als beginpatroon vindt U in ZZZ 8. |
|
| ^ | |
| symbool | Punten in de kaart: Principes van coördinatie; functies: begin en objectief van het eigen proces. De fase waarin hij staat geeft de omstandigheden aan waarin de eigenschap optimaal kan worden ingezet, het teken waar een functie in staat geeft de manier aan waarop de eigenschap optimaal kan worden ontwikkeld, de aspecten laten zien hoe de functies met elkaar interfereren en samenwerken, resp. in welke combinatie zij optimaal kunnen worden toegepast. |
| De potentiële eigenschappen of drijfveren van het gereedschap (planeet in retrograde richting: naar binnen gericht, met diepgang). De aan de functies gerelateerde lichamelijke processen. |
|
| de ZON: de zelfbesturingsfunctie; symbool van het vaderlijke, ruimte claimen, zich
identificeren, centraal zijn in de omgeving, wat je ten diepste wilt realiseren, waar je
overzicht en leiding over wilt hebben. Fysiologisch: houding en persoonlijke uitstraling, de hartfunctie en bloedsomloop, de thymusfunctie en het immuunsysteem. Gerelateerd aan LEEUW en de 5e fase. |
|
| de MAAN: de emotionele basisfunctie; symbool van het moederlijke, innerlijk ruimte
maken, het subjectieve, verbindende, verzorgende en beschermende, het vermogen te
spiegelen. Woordeloos. Fysiologisch: de coördinatie van de lichaamsfuncties, het hormonale stelsel, spijsverteringsstelsel, vochthuishouding en lymfatisch systeem. Gerelateerd aan KREEFT en de 4e fase. |
|
| = | MERCURIUS: de relateer- en overdrachts- of analyseerfunctie; symbool van denken en
praten, van communiceren en kennis van feiten. Fysiologisch: de overdracht van zintuiglijke indrukken en zenuwsignalen, het transport van hormonen, vloeistoffen, zuurstof, enz., de beweeglijkheid van b.v. de gewrichten, de functies van de lever en de dunne darm. |
|
- voor de ZON uitgaand, primair: dubbel, relaties onderscheiden / weg uitstippelen,
meer spreken en vragen. Gerelateerd aan TWEELINGEN en de 3e fase. - de ZON volgend, secundair: enkelvoudig, analyse van (on)kunde / detaillering, meer persoonlijk inzicht zoekend. Gerelateerd aan MAAGD en de 6e fase. |
| = | VENUS: de referentie- of aanpassingsfunctie; symbool van het vrouwelijke, aandacht
geven en betekenis, uitnodigen tot wisselwerking, zintuiglijke sensaties, sociale
gevoelens; vrouwelijke vrienden, de kassier: geven en nemen. Fysiologisch: de nierfunctie (handhaving van homeostase en evenwicht van bloedsamenstelling), de zachtheid en sensualiteit van de huid, de veneuze bloedsomloop, de vrouwelijke geslachtshormonen. |
|
- voor de ZON uitgaand, primair: initiatief verwachtend, kritiekloos, weifelend. Gerelateerd aan WEEGSCHAAL en de 7e fase. - de ZON volgend, secondair: refereren aan betekenis, tijd nemen. Gerelateerd aan STIER en de 2e fase. |
| MARS: de activerings- of initiëringsfunctie; het symbool van het manlijke, een
opening maken zonder betekenis, van energiek, gedecideerd en daadkrachtig zijn, het
vermogen om de zintuigen en de lichaamskracht praktisch te richten; manlijke vrienden. Fysiologisch: de functie van rode bloedlichaampjes, de adrenaline, de mannelijke geslachtshormonen, de lichaamskracht. Gerelateerd aan RAM en de 1e fase. |
|
| JUPITER: de interpreteerfunctie; symbool van uitbreiding / oningehouden, van
vrijblijvend idealisme, enthousiasme, geloofwaardigheid, groei en jeugd, herstel en
veerkracht. Fysiologisch: de leverfunctie, de arteriële bloedstroom, de soepelheid en geneeskracht van het lichaam. Gerelateerd aan BOOGSCHUTTER en de 9e fase. |
|
| SATURNUS: de consistentiefunctie; symbool van anticipatie, onzekerheid toelaten,
subjectief doel, tijd en grenzen accepteren en realiseren, structuur aanbrengen, perfectie
zoeken, een strategie uitzetten, stap voor stap gaan, objectief en onbevooroordeeld,
discreet, verantwoordelijk, autonoom, eigen autoriteit zijn. Op het terrein en de manier
van SATURNUS stelt een mens de hoogste eisen, is bang, juist omdat deze dingen van het
hoogste belang zijn. Men zal alle middelen gebruiken om een onderliggende angst te
verbergen. Fysiologisch: de functie van tijd, doel en afbraak, de samenhang van functie en vorm van het lichaam. Gerelateerd aan STEENBOK en de 10e fase. |
|
| URANUS: de vernieuwfunctie; symbool van spanning en grenzen doorbreken, verbreding van
perspectief, van inventiviteit en verrassing, van inzicht en acceptatie. De wisselende sociale opvattingen van generaties. Fysiologisch: de hypothalamusfunctie, omzetting van informatie bijv. zenuwimpulsen in hormonen. Gerelateerd aan WATERMAN en de 11 fase. |
|
| NEPTUNUS: de integreerfunctie; symbool van actieve afwezigheid / passieve
aanwezigheid, van verwerken, afsluiten en loslaten, het vermogen om met duidelijkheid om
te gaan en om te verhullen, de intuïtie te gebruiken, om het geheel en eenheid te
ervaren. Woordeloos. De sociale verbondenheid in een generatie. Fysiologisch: de functie van vloeistoffen binnen het lichaam. Gerelateerd aan VISSEN en de 12e fase. |
|
| PLUTO: de verwijderfunctie; symbool van transformatie en ontmaskering, het vermogen om
met de harde werkelijkheid of met (on)macht om te gaan, om te ontkennen of te verwerpen en
zo te kiezen, om routine te gebruiken. Woordeloos. De culturele en maatschappelijke machtsverhoudingen binnen een tot drie generaties. Fysiologisch: de functie van de dikke darm, van seksualiteit. Gerelateerd aan SCHORPIOEN en de 8e fase. |
|
| Ascendant | De Ascendant (= rijzend) of oostelijke horizon, de graad van de dierenriem die opkomt
op een gegeven plaats en tijd. In combinatie met het MC geeft het plaats en uur aan. De aanwezigheidsfunctie; symbool van de benadering van het leven (persona), van initiatieven en de relatie met de omgeving, beginnen aan de uitvoering van een taak. Fysiologisch: het lichaam zelf en, voor een deel, de uiterlijke kenmerken. Meer informatie vindt U in ZZZ 9. |
| MC | Het Medium Coeli (= midhemel) geeft het Zuiden aan. In combinatie met de ZON geeft het
de datum en de tijd aan. De functie van de levenshouding, uitvloeisel van ervaring met de overeengekomen taak. Fysiologisch: kracht en soepelheid van de wervelkolom. Meer informatie vindt U in ZZZ 9. |
| Noordelijke Maanknoop: functie van het ontvangen van hulp of feedback. | |
| ^ | |
| afstand | Aspecten of hoeken |
| in graden +/- 6° |
belangrijke dynamische relaties tussen functies |
| 0° | conjunctie: beide functies vormen een geheel met elkaar, worden als een eenheid
ervaren; als de snellere ingaand is: de ervaring met de langzame is oud dus overbekend, vermoeid; als de snellere uitgaand is: de ervaring met de langzame is fris, de snellere wordt ondersteund naargelang beide qua aard bij elkaar passen. |
| 30° | halfsext: de relatie tussen de functies verbindt twee verschillend geaarde kleuringen en fasen, met ongelijke richting, die verschillende vormen van activiteit gebruiken. Ze berust op de inherente dynamiek tussen opeenvolgende fasen. De samenwerking wordt opgezocht en herkend of is vertrouwend en vol verwachting. |
| 60° | sextiel: de functies bevinden zich in twee verschillend geaarde kleuringen en fasen die gelijk gericht zijn, maar verschillende vormen van activiteit gebruiken. De samenwerking is activerend en stimulerend. |
| 90° | vierkant: de relatie tussen de functies verbindt twee verschillend geaarde kleuringen en fasen, met ongelijke richting, maar met overeenkomstige vormen van activiteit. De samenwerking is zeer energiek, soms ronduit vechterig. |
| 120° | driehoek: de functies bevinden zich in gelijkaardige kleuringen en fasen, zijn gelijk gericht, maar passen verschillende vormen van activiteit toe. De samenwerking is aanvullend, vanzelfsprekend, soms is ze zwak of zelfs gemakzuchtig en lui. |
| 150° | inconjunct: de relatie tussen de functies verbindt twee verschillend geaarde kleuringen en fasen, met ongelijke richting, die verschillende vormen van activiteit gebruiken. De samenwerking is ongewoon, vergt langdurige inspanning, dwingt tot onderzoek en analyse. |
| 180° | oppositie: beide functies hebben verschillend geaarde
kleuringen en fasen, zijn gelijk gericht, en gebruiken overeenkomstige
vormen van activiteit. Zij worden aanvankelijk als maximaal contrasterend ervaren, maar bevinden zich in complementaire positie en dat vereist dat naar harmonische samenwerking wordt gestreefd. |
| geen | niet-geaspecteerde, geïsoleerde functie: moeilijk herkenbaar, moeilijk te sturen. Uit zich extreem of is onberekenbaar omdat de hanteerbaarheid afhangt van een of meer actuele relaties met de omgevingscontext. |
| ^ |
| Schema van elementaire relaties: contrasten en assen van tegendelen of symmetriën |
| 1 basis |
initiëren (these) naar de
buitenwereld as van CONTACT MET DE OMGEVING |
|
||
| activering zintuigen aanwezigheid begin aan overeengekomen taak |
fysieke pool: daadkracht |
trivialiteit - goed | rationele pool: aantrekking (+daadkracht) |
aanvulling aanpassing spiegeling soc.interactie sentiment eros onbeslist |
| 2 basis |
tegenoverstellen (antithese)
in de binnenwereld as van INNERLIJKE WAARDEN |
|
||
| inn.refereren herinneren motief achting zintuigl. sensaties doorzetten |
introspectief: aandacht |
grootheid - slecht | emotionele pool: afwijzing (+aandacht) |
(intr.)concentreren selectief beslist inventief indringend zwart-wit routine -dwang |
| 3 basis |
verenigen (synthese) naar de
buitenwereld as van VERSCHIL IN DE OMGEVING |
|
||
| grip op omgeving tekens verschil relateren veelvoud handel eigen weg |
rationele pool: kennis |
stroming - vreugde | fysieke pool: referentiekaders (+kennis) |
intell.interpretatievermogen enthousiasme relativering geloof ideaal wetgeving |
| 4 basis |
initiëren (these) in de
binnenwereld as van INNERLIJKE STABILITEIT |
|
||
| inn.ontroerbaarheid emotie subject ervaren stabiliteit ondernemen |
emotionele pool: binding |
duurzaamheid - verdriet | introspectief: zelfstandigheid (+binding) |
(em.)consistentievermogen bewust beperking ordening objectivering perfectie |
| 5 individu |
tegenoverstellen (antithese) naar de buitenwereld as van DE PLAATS IN DE GROEP |
|
||
| zelfvertrouwen wilskracht toneelspel trots trouw identiteit zelf- ego- |
fysieke pool: zelfbestuur |
afscheiding - noodzaak | rationele pool: acceptatie (+zelfbestuur) |
soc.acceptatievermogen verdraagzaamheid groep gelijkwaardigheid publiek |
| 6 individu |
verenigen (synthese) in de
binnenwereld as van INNERLIJKE EENHEID |
|
||
| inn.analyseringsvermogen eenmalig werkzaam detail gebrek probleem |
introspectief: functioneren |
samengaan - vrijheid | emotionele pool: vrijgave (+functioneren) |
(intr.)overeenkomst doel onbewust droom mysterie opslag loslaten afwezig |
| ^ |
VerantwoordingAlle potentialiteiten van een proces werken op een individuele manier samen. Dat betekent dat een eigenschap in een bepaalde context afwezig kan schijnen en in andere duidelijker tot uitdrukking zal komen. Onze wereld is aan voortdurende transformatie onderhevig, ze ontwikkelt zich gestaag.
Bij de interpretatie van de begrippen en symbolen waarmee we haar willen beschrijven
zullen wij daarom met de algemene tendensen van de context rekening moeten houden. |