| v
Grondbegrippen Kosmologische en geometrische gegevens |
| v Het
netwerk van relaties Een netwerk binnen een genest netwerk Structurele samenhang; vier groepen van relaties in de structuur Functionele samenhang; zeven groepen van relaties tussen potentialiteiten Relatieve beweging; twee groepen van relaties tussen functies Onderlinge functionaliteit van functies |
| v Beperkingen, vraagtekens en andere opmerkingen |
| v
Vergelijking van manieren van ordening tabel 1 ordening naar de delen van het proces, naast geluid en licht tabel 2 ordening naar het kleurenspectrum en de reeks van halve tonen |
| ^ |
|
GrondbegrippenEen proces is een actuele gebeurtenis. De structuur
van processen is een abstrahering, een instrument voor ons onderscheidingsvermogen. De
abstracte structuur moet alle elementaire potentialiteiten
bevatten, zij dient als 'kapstok' voor de potentialiteiten. De intrinsieke eigenheid ligt
in de relaties tussen de potentialiteiten. De termen
waarmee de verschillende potentialiteiten worden aangeduid moeten algemeen zijn, zodat de
structuur kan dienen als kader voor het werken met diverse specifieke processen zoals
dieren, bergen, theorieën, menselijk handelen, politiek, enzovoort. |
^ Geometrische en kosmologische gegevensEen punt is een concept van ruimte en tijd, het bevat geen onderdelen. Een punt kan een verbinding vormen met zichzelf: de lijn die een punt met zichzelf
verbindt kunnen we ons denken als een cirkel (360 graden). Het begin en het einde zijn
verbonden in dat ene punt, het contact met de actualiteit van ruimte,
tijd en beweging.
Dit zijn de basisverhoudingen, de basismaat voor de twaalf fasen van het proces is 30
graden. |
^ Het netwerk van relaties |
Elk punt bevindt zich temidden van andere punten die in ruimte en tijd bestaan, zij
onderscheiden zich van elkaar door hun relatieve positie. De relatieve positie van een
punt in ruimte en tijd wordt weergegeven door haar coördinaten, het punt vertegenwoordigt
zowel singulariteit (singulus = met unieke aard, enig
of weergaloos) als coördinatie (co = samen- of neven-,
ordinare = ordenen of -schikken, nevengeschikt, dus gelijkwaardig) met andere
singulariteiten die samen de omgevingswereld vormen.
De relatie van gecoördineerde eenheid, op dit macroscopisch niveau (waar procesen meer dan een cyclus omvatten), is zodoende aangevuld met de drie structurele relaties - met hun eigen plaats tegen de achtergrond - binnen de cirkelvorm van het proces:
Koppeling naar Een netwerk binnen een genest netwerkUit de relatie van gecoördineerde eenheid, de universele
relatie, vloeien voort: E t/m H, vier groepen van structurele relaties tussen onderdelen van het proces; I
t/m Q, negen groepen van functionele relaties
tussen twee of meer oriëntatiepunten, waarvan P en Q twee groepen van relaties van relatieve beweging tussen functies zijn. |
^
Structurele samenhang; vier groepen van relaties in de structuur
Koppeling naar Functionele samenhang; zeven groepen van relaties tussen potentialiteitenOm de zeven groepen van relaties te realiseren zijn telkens ten minste twee
oriëntatiepunten of functies nodig. Een functie beschikt niet alleen over de eigen
dynamiek (zie onder H), maar tevens over de dynamiek die voortkomt uit de fase en het deel
van de achtergrond waarin zij zich bevindt. De functies (oriëntatiepunten) realiseren
samen de totaalfunctie van het individuele proces.
|
| In groepen van relaties die gesloten of bijna gesloten zijn, bijvoorbeeld een vierkant
(K), driehoek (L) of andere combinatie, ligt veelvuldige herhaling voor de hand. Zo'n
situatie kan zich concentreren, versterken en uitgroeien tot een vicieuze cirkel. Koppeling
naar |
^ Relatieve beweging; twee groepen van relaties tussen functiesDe oriëntatiepunten of functies zijn vastgelegd op een plaats in de cirkel, in werkelijkheid bewogen zij zich op dat moment met verschillende en voor elk karakteristieke snelheid. Zij bewegen zich uiteraard allemaal steeds in voorwaartse richting op hun eigen baan, maar gezien vanaf de aarde komt bij de meeste punten met regelmaat een schijnbaar retrograde beweging voor.
|
^ Onderlinge functionaliteit van functiesDe onderlinge relatie van de oriëntatiepunten is die van wederzijds relatieve functies. Er zijn tenminste twaalf oriëntatiepunten - functies - beschikbaar die elk, vanuit hun eigen gezichtspunt, hun eigen ontwikkelingsdoel en -proces uitvoeren met behulp van het hele netwerk van het eigen proces. Een voorbeeld: functie A is binnen het patroon van functie B actief op terrein 8 maar binnen het patroon van functie C op terrein 3, en beiden zijn op hun manier functies binnen het patroon van A. Koppelingen naar |
^ Beperkingen, vraagtekens en andere aanvullende opmerkingenVia het enkele punt van contact met de actuele omgeving genereert een proces zowel opeenvolgende ontwikkelingscycli als nieuwe gebeurtenissen die beide hun specifieke doel en karakter verkrijgen van de actuele bewegende wereld van ruimte en tijd. Een proces bevindt zich dus, met zijn unieke eigenschappen in allerhande verwikkelingen, tussen zijn eigen onbekende voorwaarden op weg naar de ontwikkeling van zijn eigen onbekende doel, zijn functie voor de omgeving die ook een cyclisch proces is. In die situatie kunnen zekerheden niet zó zeker zijn. Enkele voorbeelden:
|
^ Vergelijking
van manieren van ordening
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| tabel 1 Ordening naar de delen van het
proces, naast geluid en licht |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
| De tabel bevat omschrijvingen en - ter vergelijking - twee schalen van
golffrequenties die algemeen bekend zijn als voor mensen hoorbaar of zichtbaar. De
frequenties van geluidsgolven zijn in Hz, kleur wordt meestal in golflengte aangegeven,
nµ = nanometer. In tabel 2 heb ik informatie toegevoegd over golffrequenties van
kleurgroepen in Tera Hertz Het zijn beide glijdende schalen, maar voor het onderscheid van
toonhoogte in muziek en voor zes basiskleuren bestaan exacte afspraken. De
gestandaardiseerde kleuren voor drukinkt zijn magenta, st.geel en st.cyaan, de standaarden
voor gekleurd licht zoals in beeldschermen wordt toegepast zijn puur rood, puur groen en
puur blauw. |
| ^ |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| tabel 2 Ordening naar het kleurenspectrum en de reeks van halve tonen | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
| Deze tabel bevat dezelfde gegevens, maar nu in andere volgorde. Door de
kleuren in de volgorde van het zonnespectrum te plaatsen ontstond tussen de fasen een
recursieve volgorde: 9>1>5, 3>7>11, 6>10>2, 12>4>8. De
geluidsfrequenties volgden de Shepard toonreeksen (van hele toonsafstanden: c d e fis gis
ais, en cis dis f g a b), de drieklanken in teruggang zijn: gis>c>e,
d>ges>bes, eis>a>cis, b>es(dis)>g. De volgorde van de basisbegrippen tot
en met de aspecten volgt uiteraard de recursieve beweging. De vier overmatige drieklanken, bestaande uit een stapeling van twee grote tertsen, blijken van belang te zijn voor componisten en in het algemeen voor het begrijpen van modulaties. De omkeringen ervan zijn enharmonisch altijd aan elkaar gelijk: c/e/gis (grondligging) is enharmonisch c/e/as (sextakkoord) en enharmonisch c/fes/as (kwartsextakkoord). Dat is nuttig bij het moduleren waar, in dit voorbeeld vanuit C grote terts door verhoging van de g in c/e/g naar c/e/gis, het mogelijk wordt om over te gaan op de toonsoort waarin deze overmatige drieklank voorkomt. Zulke drieklanken komen voor in de harmonische kleine-tertstoonladders waarbij de zevende, en in de melodische kleine-tertstoonladders waarbij de zesde én de zevende toon verhoogd zijn om aan de leidtoonbehoefte te voldoen. In de grote terts toonladder 'vraagt' de zevende trap naar ons gevoel immers duidelijk om de slottoon, de tonica (het verhaal gaat dat Moeder Mozart akkoorden met leidtoonbehoefte speelde om haar kinderen uit hun bed en naar de piano te lokken). De overmatige drieklank c/e/gis uit het voorbeeld 'vraagt' om de a en kan dan gehoord worden als deel uitmakend van de harmonische of van de melodische kleine terts-toonladder a. Zo kunnen de overmatige drieklanken gezien worden als verbindende elementen in de muziek die een aanvulling op de andere modulatietechnieken vormen en bijdragen aan de gezochte harmonie [ noot ]. |
| Koppelingen naar voorbeelden van processen 'Een appel eten' - structuur #3/1, 'Roken of stoppen met roken' - structuur #3/1, 'Omgaan met mannen of met vrouwen' - structuur #6/2, 'Dit sms'je met "ja" versturen' - structuur #29/9. |